De rijsttafel in een historisch perspectief.
Nederland was ten tijde van de Gouden Eeuw, een zeevarende natie van wereldformaat. De zeevloot
van Nederland telde toen meer dan 1650 geregistreerde schepen.
Deze enorme zeevloot werd vertegenwoordigd door de V.O.C., die zijn expansie van handelsbelangen
begon in Indonesië en wijde omstreken.
Het belang van specerijen in de overzeese handel werd niet alleen onderkend door de vraag naar
deze specerijen in overzeese landen, maar natuurlijk ook door kennismaking met Indonesische
gerechten waarin deze specerijen verwerkt waren. Alleen dan, wanneer men proefde van deze
gerechten, werd de V.O.C. zich pas écht ten volle bewust van de – zeker in die tijd ongekende-
smaakeffecten van specerijen. Want dan pas begreep je je eigen produkt waarin je handelde. En juist
ook dit besef droeg bij aan de handelsexpansie van de Nederlandse zeevloot in die dagen, men begon
zich daardoor te realiseren dat er meer was dan alleen maar graan, kostbaar hout, goud, Indiase zijde,
brons en zilver. Men besefte dat mensen niet alleen maar willen eten, maar ook nog smaak in zo vele
nuances wil en kan beleven. De tong wilt gestreeld worden.
De Indonesische kennis over een enorme keus  aan  gastronomische toepasbare specerijen is er een
die duizenden jaren oud is. Die kennis kreeg de V.O.C. zowat op een presenteerblaadje, toen zij zich
vestigde in Indonesië.  En die kennis had zij op dat moment hard nodig. Want, stel, je wil als serieus
koopman handel drijven in specerijen, weet je dan wel hoe een stuk citroengras eruit ziet? En hoe het
ruikt? Zijn die balen, waarvan je er tonnen van wilt inladen in het scheepsruim wel echt gevuld met
bijvoorbeeld kruidnagel,  Laos, of koenjit? En zo ja, herken je dan de staat van kwaliteit van deze
goederen? Al deze kennis is natuurlijk in die dagen opgetekend in dikke lexicons, waarvan er veel
antieke kopieën nog moeten bestaan in plaatsen zoals de universiteit in Leiden, of het Tropisch
Instituut / Museum te Amsterdam.
Maar alle welvaart ten spijt ten tijde van de Gouden Eeuw, hadden de meeste gewone burgers in 
Nederland bijna totaal geen weet van al deze specerijen. Als iemand ze wel had, moest die er erg veel
voor betalen. Dus het prijsniveau was te hoog voor de gewone man. Specerijen waren alleen voor de
elite voorbestemd. Dat kwam omdat bijna alle specerijen verhandeld werden in overzeese landen
direct in de omgeving van Indonesië, waar de toepassing van al deze specerijen al honderden eeuwen
normaal was en nog steeds is. De V.O.C. handelsvloot wou liever niet de lange thuisreis gaan maken
met specerijen die tijdens de maandenlange reis konden bederven. Inderdaad, ze hadden die
specerijen ook kunnen drogen, ten gunste van de houdbaarheid. Maar in die tijd hadden ze nog geen
marketingkennis uitgevonden, waarmee je de consument vertrouwd kunt maken met totaal onbekende
kruiden, binnen een aanvaardbare termijn.  Dat konden ze beter doen met het zilver, goud, brons en
zijde, dat ze hadden verdiend door hun handel. En waarmee ze handel konden drijven in Europa, en
vooral om ook nog de Tachtig jarige Oorlog tegen Spanje en Frankrijk makkelijker te kunnen
bekostigen.
Tot op de dag van vandaag, is dat de voornaamste geschiedkundige reden waarom de meeste
Nederlanders niet echt bekend zijn met de Indonesische specerijen, als het over meer gaat, dan alleen
maar sambal en kruidnagel. Jazeker, in de grootstedelijke leefomgeving is het wel aardig
doorgedrongen. Maar zeker niet landelijk op een populair niveau. En dat gaat ook op voor de
Indonesische keuken. Nog steeds wordt Indonesisch eten verward met Chinees eten. Weinigen weten
dat er bijna letterlijk een wereld van verschil is tussen Indonesisch en Chinees koken.
Maar goed, het ontstaan van de Gouden Eeuw werd ook ingeleid door het proeven van een
Indonesische Rijsttafel. De volle, meervoudige betekenis van gekruidheid, in al zijn nuances.
Om dit te begrijpen moet er geproefd worden van een samenstelling van verschillende Indonesische
gerechten, elk op smaak gebracht met zijn eigen boeket aan samengestelde specerijen.
Wanneer dit met liefde en toewijding gedaan wordt, volgt kennismaking met een ongekende wereld
aan smaak . Dat is iets wat alleen goed voorbereide Indonesische rijsttafel kan.
Want dan heb je een erfenis uit de Gouden Eeuw. Een prachtig mooi , en smakelijk reliek.
John Schubert
Kediri Indonesisch Eethuis
Belfort 14
1315 VB Almere - stad